FAQ | Begeleiding bij lees- en spellingproblemen

1. Hoe ziet in het basisonderwijs een effectieve interventie op ondersteuningsniveau 3 eruit?

In de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie en in de Handreiking voor invulling van ondersteuningsniveaus 2 en 3 bij een vermoeden van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED), staat beschreven aan welke eisen ondersteuning op ondersteuningsniveau 2 (extra begeleiding in de klas) en ondersteuningsniveau 3 (specifieke lees- en spellinginterventies) moet voldoen.

Professionals in het onderwijs (zoals ib’ers, rt’ers) kunnen zelf op basis van deze informatie verantwoord en beredeneerd keuzes maken voor de inzet van bestaande of nieuwe materialen in het onderwijs.

Begin 2021 verschijnt een checklist, die handvatten biedt om bestaande en nieuwe interventiematerialen en -aanpakken kritisch tegen het licht te houden en het handelen van de professional verder te verbeteren.

Lees meer

Naar boven

 

2. Welk remediërend spellingprogramma raden jullie aan voor het basisonderwijs?

In de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie en in de Handreiking voor de invulling van ondersteuningsniveau 2 en 3 wordt een overzicht van kenmerken van een effectieve aanpak bij lees- en spellingproblemen gegeven. Deze effectieve kenmerken helpen enerzijds om beredeneerde keuzes te maken om gerichte ondersteuning te bieden. Anderzijds om kritisch te kijken naar de uitgevoerde ondersteuning. In beide documenten worden suggesties gegeven van lees- en spellingmethoden die bij een specifieke lees- en spellinginterventie (ondersteuningsniveau 3) kunnen worden ingezet. De lijst is niet uitputtend. En uiteindelijk is een programma niet zaligmakend: het is de onderwijsprofessional die ermee aan de slag gaat die uiteindelijk bepaalt hoe effectief de interventie is.

Begin 2021 verschijnt een checklist, die handvatten biedt om bestaande en nieuwe interventiematerialen en -aanpakken kritisch tegen het licht te houden en het handelen van de professional verder te verbeteren.

Lees meer

Naar boven

 

3. Is Bouw! een effectief programma om leerlingen met leesproblemen in het basisonderwijs op ondersteuningsniveau 3 te ondersteunen?

Ja, mits het op de juiste wijze wordt ingezet en het volledige programma wordt afgemaakt.

Bouw! is een computergestuurd interventieprogramma dat is ontwikkeld om leerlingen die een risico lopen op problemen met lezen en spellen preventief en vervolgens remediërend hulp te bieden in groep 2 tot en met 4. Letters in woorden en woorden met een oplopende moeilijkheidsgraad worden aangeboden, zowel visueel als auditief. Het programma is adaptief, de lesinhoud wordt afgestemd op het niveau van de leerling. De leerling werkt individueel met Bouw! Daarbij wordt de leerling ondersteund door een tutor (onderwijsassistent, ouder, oudere leerling) onder supervisie van de leerkracht of intern begeleider. De tutor hoeft zelf geen professionele achtergrond te hebben: de inhoudelijke kennis die nodig is om te leren lezen is in het programma opgenomen.

Het programma is  ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam en wetenschappelijk onderzocht i.s.m. Expertisecentrum Het ABC. Hiervoor zijn twee studies uitgevoerd: één studie waarbij er begin groep 3 is gestart met het werken met Bouw! en één studie waarbij halverwege groep 2 met Bouw! is begonnen. Deze onderzoeken maken duidelijk dat Bouw! een effectieve aanpak is voor kinderen die moeite hebben met lezen. Het volledig doorwerken van het programma Bouw! is voor de effectiviteit echter wel essentieel! Het gaat om een periode van anderhalf tot twee jaar waarbij de kinderen gemiddeld twee tot drie keer per week, 10 tot 15 minuten per keer, thuis of op school oefenen. Een vergelijking tussen de twee onderzoeken laat zien dat het nog effectiever is om halverwege groep 2 te starten, dan pas in groep 3 te beginnen.

Bouw! is een gestandaardiseerd programma dat vroegtijdig en langdurig kan worden ingezet op ondersteuningsniveau 3. Er worden (deel)toetsen afgenomen waarmee nagegaan kan worden wat een leerling beheerst. We adviseren om deze tussentoetsen onder supervisie van de leerkracht of de intern begeleider te laten afnemen: zij blijven immers verantwoordelijk voor de beginnende leesontwikkeling van de leerlingen in de klas. Als een leerling ondanks intensief werken met Bouw! geen of nauwelijks vooruitgang laat zien bij tussentijdse observaties en hoofdmetingen, is het op basis van de digitaal opgeslagen gegevens aantoonbaar dat de school heeft voldaan aan zijn zorgplicht op ondersteuningsniveau 3 en kan de leerling worden aangemeld voor de vergoedingsregeling dyslexie.

Lees meer

Naar boven

 

4. Zijn kleutertaken verplicht om af te nemen? Bij welke kleuters doe je dit? En, wat kun je met de resultaten?

Nee, toetsen bij kleuters is niet verplicht. Vanaf 1 augustus 2022 gaan de toetsen voor kleuters zelfs uit het LVS. Wel schrijft de inspectie voor dat de brede ontwikkeling van alle kleuters wordt gevolgd middels een gestandaardiseerd observatie-instrument.

Een school kan er daarnaast nog steeds voor kiezen om in de kleuterperiode een relevante kleutertaak af te nemen. Een leerkracht kiest voor afname van een kleutertaak  wanneer hij/zij onvoldoende zicht heeft op de ontwikkeling van een leerling op basis van de observatiegegevens en waarbij de resultaten  handvatten kunnen geven voor het vormgeven van een passend onderwijsaanbod.

Bij kleutertaken is de normering minder hard dan bij genormeerde toetsen. Dat betekent dat je minder harde uitspraken kunt doen over de resultaten. De resultaten op de kleutertaken geven natuurlijk wel inzicht met welke onderdelen een kleuter nog moeite heeft. Die informatie kun je gebruiken om je onderwijsaanbod vorm te geven.

Bij alle kleuters kan in januari de taak Letters benoemen worden afgenomen. Het voordeel van deze taak is dat deze de actieve letterkennis meet en niet de passieve letterkennis, die bij veel andere toetsen wordt gemeten. De taak kleuren benoemen kun je afnemen als de kleuter nog weinig letters kent. Samen geven de taken letters en kleuren benoemen veel informatie over de benoemsnelheid en actieve letterkennis van een kleuter, wat belangrijke voorspellers zijn voor het leren lezen. Ook voor de overige kleutertaken in het Protocol Preventie van Leesproblemen groep 1 en 2 geldt dat deze in januari en in juni afgenomen kunnen worden. De afname in juni is met name bedoeld voor de kleuters die in januari een achterstand lieten zien. Op de scoreformulieren is te vinden welke score wijst op een achterstand.

Lees meer

Naar boven

 

1. Is een remediërend traject in het VO verplicht bij een vermoeden van dyslexie voor het aantonen van didactische resistentie en aan welke eisen moet zo’n traject dan voldoen?

De twee criteria achterstand(ernst) en didactische resistentie(hardnekkigheid) zijn noodzakelijk om dyslexie te kunnen vaststellen (website Stichting Dyslexie Nederland). Wanneer er een vermoeden van dyslexie is, kan een leerling al aangemeld worden voor (verder) onderzoek. De orthopedagoog of psycholoog die het onderzoek naar dyslexie uitvoert, zal dan ook een uitspraak doen over de hardnekkigheid. Hij/zij heeft hiervoor informatie nodig over de extra ondersteuning en remediëring die in het onderwijs is aangeboden.

Leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs hebben al jaren leeservaring, wat beschouwd wordt als een vorm van oefenen. Dan mag verwacht worden dat zij vooruitgang geboekt hebben. Wanneer er toch een significante achterstand is, kan de diagnosticus op basis van alle onderzoeksgegevens besluiten dat didactische resistentie aannemelijk is. Dit hoeft dan dus niet nog aangetoond te worden middels een remediërend traject.

Bij leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs bepaalt de diagnosticus per geval (op basis van alle onderzoeksgegevens) of in het onderwijs is voldaan aan het criterium didactische resistentie en of er wel of niet een remediërend traject ingezet moet worden alvorens de diagnose gesteld kan worden. Bij sommige leerlingen is de hardnekkigheid wel al voldoende aangetoond. In gevallen waar twijfel is met betrekking tot de diagnose (bijvoorbeeld bij voornamelijk spellingproblemen en niet of nauwelijks leesproblemen) kan een periode van intensieve hulp - en dan hebben we het over een aantal malen per week (inclusief oefenen) gedurende 15 tot 20 weken - die twijfel wegnemen.

Mocht dus blijken dat de hardnekkigheid onvoldoende kan worden aangetoond, dan is een remediërend traject nodig. Hier zijn geen verplichte eisen voor. Een aantal handvatten:

  • Het moet gaan om een periode van 15 tot 20 weken (waarbij er naast de begeleiding ook zelf wordt geoefend). De duur is afhankelijk van de leerling, waar de focus vooral moet liggen op de wekelijkse herhaling (m.a.w. er zit voldoende regelmaat in de begeleiding).
  • Aangezien leerlingen sterk kunnen verschillen in de problemen die zij het meest ervaren, is het belangrijk om de interventie goed af te stemmen op de leerling.
  • Er worden doelen opgesteld in een begeleidingsplan, zodat de effectiviteit van de begeleiding geëvalueerd kan worden.
  • In ons boek Toetsen en Interventies bij Dyslexie in het vo geven we een overzicht van verschillende begeleidings- en interventieprogramma’s die ingezet kunnen worden. Bijvoorbeeld Spelling bovenbouw en vo (Zuid-Vallei), Escape en Muiswerk (digitale trainingen op verschillende gebieden).

Mocht er na een traject niet of nauwelijks vooruitgang zijn, en worden de gestelde doelen niet behaald, dan is de didactische resistentie aangetoond.

Lees meer

Naar boven