FAQ | Doorverwijzing naar de zorg

1. Wat wordt bedoeld met 'enkelvoudige' dyslexie en hoe werkt dat bij de vergoedingsregeling?

De vergoedingsregeling geldt voor leerlingen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. ‘Enkelvoudig’ betekent dat er bij de leerling naast dyslexie geen sprake is van een of meer andere (leer)stoornissen.

Wanneer er sprake is van twee of meer (leer)stoornissen die naast elkaar voorkomen wordt dit ook wel comorbiditeit genoemd. Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (voor de zorg) geeft aan dat het bij comorbiditeit gaat om stoornissen die bovengemiddeld vaak samen met dyslexie voorkomen, zoals ADHD en dyscalculie. Een dergelijke stoornis hoeft geen gemeenschappelijke oorzaak te hebben met dyslexie, maar kan wel een negatieve invloed hebben op de prestaties op lezen en spellen van de leerling met dyslexie. De diagnosticus (een gedragswetenschapper) bepaalt of er sprake is van comorbiditeit.

In sommige gevallen is het toch mogelijk om in aanmerking te komen voor vergoeding van een dyslexiebehandeling. In de Richtlijn Comorbiditeit, waar alle praktijken die zijn aangesloten bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) mee werken, staat dat een kind met een bijkomende stoornis in aanmerking kan komen voor vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is voor dyslexieonderzoek en/of -behandeling. De diagnosticus beoordeelt dit.

Lees ook onze FAQ over waar je voor vergoeding terecht kunt bij deze bijkomende (comorbide) problematiek.

Lees meer

Naar boven

 

2. Wat wordt verstaan onder 'ernstige' dyslexie?

De vergoedingsregeling geldt voor leerlingen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (voor de zorg) noemt criteria op basis waarvan de ernst van de dyslexie kan worden vastgesteld. Er wordt gekeken of de lees- en/of spellingresultaten horen bij de laagste 10% van het normgemiddelde lezen of bij de laagste 16% op lezen én de laagste 10% op het normgemiddelde spellen, ook na intensieve begeleiding op school. Een leerling komt voor doorverwijzing naar de zorg in aanmerking als de leerling drie keer na elkaar een V-(min) score of E-score (laagste 10%) voor woordlezen behaalt. Of drie keer na elkaar een V-score of lage D-score (laagste 20%) voor woordlezen én drie keer na elkaar een V-(min) score of E-score (laagste 10%) voor spelling. In de tussenliggende perioden is de leerling voldoende intensief begeleid. Het is aan de diagnosticus (een gedragswetenschapper) aan de zorgkant om te bepalen of er sprake is van ‘ernstige’ dyslexie.

Lees meer

Naar boven

 

3. Als uit het dyslexieonderzoek blijkt dat er geen sprake is van ‘enkelvoudige’ dyslexie (en er dus andere problemen naast zijn), waar kun je dan terecht?

Als blijkt dat er naast de lees- en/of spellingproblemen andere problemen of stoornissen zijn, zoals concentratieproblemen, die de diagnostiek en behandeling van dyslexie kunnen belemmeren dan wordt de behandeling van dyslexie niet vergoed onder de vergoedingsregeling. Het voorkomen van twee (leer)stoornissen naast elkaar wordt comorbiditeit genoemd. De andere problemen zullen eerst moeten worden verholpen of in ieder geval zodanig dat het geen belemmering meer vormt voor de behandeling voordat de dyslexiebehandeling vergoed zou kunnen worden.

Voor de behandeling van deze andere comorbide (leer)problemen kan ook vergoeding mogelijk zijn. De vergoeding van deze zorg valt alleen niet onder deze specifieke regeling zoals bij dyslexie het geval is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om zorg voor kinderen met ADHD, autisme, of andere psychiatrische stoornissen. Voor kinderen onder de 18 jaar valt dit onder de Jeugdwet, en dit wordt geregeld door de gemeente. Zie voor meer informatie bijvoorbeeld de website van Rijksoverheid: Jeugdhulp bij gemeenten. De school en huisarts kunnen u meer vertellen over de doorverwijzing hiernaartoe. De precieze procedure en eisen voor doorverwijzing kunnen verschillen per gemeente. Neem daarom eerst contact op met de gemeente voor informatie.

Voor meer informatie over de afbakening tussen de Jeugdwet en de Zorgverzekeringwet kunt u ook kijken op deze webpagina van Zorginstituut Nederland.

Naar boven

 

4. Wordt de diagnostiek bij leerlingen op de basisschool wel vergoed als een leerling niet ernstige en enkelvoudige dyslexie blijkt te hebben?

Ja. Als voldaan is aan de voorwaarden in de vergoedingsregeling en als uit de diagnostiek blijkt dat er geen sprake is van Ernstige, Enkelvoudige Dyslexie, dan wordt wel de diagnostiek vergoed, maar niet de behandeling.

De regeling kent twee belangrijke beslismomenten voor de vergoeding. Het eerste beslismoment is wanneer de diagnosticus beoordeelt of het leerlingdossier van de school het vermoeden van ernstige dyslexie voldoende onderbouwt. Als dit het geval is, kan vergoede diagnostiek plaatsvinden. Het tweede beslismoment is als vervolgens uit de diagnostiek blijkt dat er sprake is van Ernstige, Enkelvoudige Dyslexie. Als dat het geval is, kan er ook vergoede behandeling plaatsvinden.

Lees meer

Naar boven

 

5. Heeft een basisschoolleerling met dyslexie én ADHD recht op vergoede diagnostiek en behandeling?

Nee, doorgaans niet. Er is geen sprake van enkelvoudige dyslexie, maar van comorbiditeit (naast dyslexie komt er nog een ander problematiek voor).

In sommige gevallen kan hiervan worden afgeweken. In de Richtlijn Comorbiditeit van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD), die per oktober 2012 als bijlage is opgenomen bij het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling, staat dat een kind dat een bijkomende stoornis heeft, in aanmerking kan komen voor vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is voor dyslexieonderzoek.

Als de comorbide stoornis wel belemmerend is voor dyslexieonderzoek en/of -behandeling, dan komt het kind in eerste instantie niet in aanmerking voor vergoeding en wordt geadviseerd eerst de comorbide stoornis te laten behandelen. De diagnosticus beoordeelt dit.

Op het moment dat de comorbide stoornis pas naar voren komt tijdens het dyslexieonderzoek en deze belemmerend blijkt voor dyslexiebehandeling dan wordt het dyslexieonderzoek wel vergoed, maar  de behandeling (in eerste instantie) niet. Er wordt dan geadviseerd eerst de comorbide stoornis te behandelen. Wanneer na behandeling van de comorbide stoornis deze niet meer belemmerend is voor dyslexiebehandeling, dan zou de dyslexiebehandeling wel vergoed kunnen worden.

Lees ook onze FAQ over waar je voor vergoeding terecht kunt bij deze bijkomende (comorbide) problematiek.

Alle behandelaren die zijn aangesloten bij het NKD (samenvoeging NKD en KD) werken volgens deze Richtlijn Comorbiditeit.

Lees meer

Naar boven

 

6. Wanneer kunnen leerlingen op de basisschool naar de zorg worden doorverwezen bij een vermoeden van dyslexie?

Een leerling kan door de basisschool worden doorgestuurd naar de gezondheidszorg wanneer hij tot de zwakste 10% behoort wat betreft lezen of wanneer hij tot de zwakste 16% op lezen én de zwakste 10% op spelling behoort. Dit betekent concreet dat leerlingen met een E-score/V-(min)-score op lezen en leerlingen met een lage D-score/V-score op lezen én een E-score/V-(min)-score op spellen – mits vastgesteld op minimaal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra zorg/specifieke interventies (minimaal twee interventieperioden) – kunnen worden doorgestuurd naar de zorg. De Leidraad vergoedingsregeling dyslexie van onderwijs naar zorg beschrijft het proces dat daarbij wordt doorlopen.

Lees meer

  1. Weten | Doorverwijzing naar de zorg in het basisonderwijs
  2. Materialen | Leidraad vergoedingsregeling dyslexie: van onderwijs naar zorg

Naar boven

 

7. Vanaf welke leeftijd kan er onderzoek naar dyslexie plaatsvinden?

Vanaf halverwege groep 4. Want voordat er een onderzoek plaatsvindt, moet worden aangetoond dat er sprake is van een ernstig en hardnekkig lees- en/of spellingprobleem. Daarvoor zijn 3 meetmomenten nodig. Vanaf groep 3 krijgt een leerling formeel leesonderwijs; midden groep 3, eind groep 3 en midden groep 4 kunnen de woordleeskaarten (van de DMT) worden afgenomen. Dit betekent dus dat halverwege groep 4, na deze drie meetmomenten, de eerste mogelijkheid is om een kind door te verwijzen naar onderzoek naar dyslexie. Er dient dan ook al op ondersteuningsniveau 2 en 3 voldoende hulp te zijn geboden om de hardnekkigheid vast te stellen.

Wanneer er bij voldoende geboden hulp nauwelijks resultaat wordt geboekt en op drie meetmomenten zwak scoort kan de leerling in principe worden aangemeld voor dyslexieonderzoek. Het blijft hierbij noodzakelijk om op drie meetmomenten aan te kunnen tonen dat een leerling zwak scoort. Een instantie die aangeeft dat dit sneller zou kunnen volgt hiermee niet de protocollen en richtlijnen die er zijn om dyslexie vast te stellen.

Vanaf de kleuterleeftijd kunnen er al wel signalen zijn, waarbij het goed is om deze in kaart te brengen en vast te leggen (en preventief aan de slag te gaan!). Dat is allemaal waardevolle informatie die aangeleverd kan worden bij de overgang naar groep 3 en in het leerlingdossier dyslexie.

Lees meer

Naar boven

 

8. Hoe beoordeel ik de spellingvaardigheid van leerlingen die gedoubleerd hebben in het basisonderwijs?

Bij doubleren telt de (didactische) leeftijd door. Normaal heeft een leerling eind groep 4 een didactische leeftijd van 20. Is hij in groep 3 of 4 een keer blijven zitten, dan is zijn didactische leeftijd 30. Laat deze leerling de toets voor E4 maken, want de spellingcategorieën van groep 5 heeft hij nog niet gehad. De vaardigheidsscore van deze leerling – niet de ruwe score! – beoordeel je met de normtabel van E5, die aansluit bij zijn didactische leeftijd. Dit kan omdat spellingtoetsen uit het Cito-LOVS dezelfde onderliggende spellingvaardigheid meten.

Lees meer

Naar boven

 

9. Wat moet de basisschool aanleveren in het leerlingdossier?

Het leerlingdossier dat de school aanlevert bevat:

  • basisgegevens uit het leerlingvolgsysteem;
  • een beschrijving van het lees- en spellingprobleem;
  • onderbouwing van de achterstand bij drie meetmomenten: datum, toets (criteria, score), afgenomen door…;
  • omschrijving van de extra begeleiding volgens ondersteuningsniveaus (doelen, duur, inhoud, organisatievorm, begeleider);
  • resultaten van de extra begeleiding en beschrijving van gebruikte toetsen en normering;
  • argumentatie voor het vermoeden van ernstige dyslexie: aantonen van didactische resistentie na geboden begeleiding van voldoende intensiteit en kwaliteit;
  • indien bekend, vermelding en beschrijving van eventuele andere (leer)stoornissen.

Het dossier wordt getekend door de directeur van de school, namens het bevoegd gezag.

Lees meer

Naar boven

 

10. Wat zijn de eisen voor een doorverwijzing naar vergoede zorg voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

De eisen waar de verwijzing voor vergoede zorg (de vergoedingsregeling voor ernstige en enkelvoudige dyslexie) aan moet voldoen, zijn hetzelfde voor het regulier basisonderwijs en het so/sbo.

Bij leerlingen in het so en sbo is de kans wel groter dat leerlingen naast leesproblemen ook nog andere problemen hebben (comorbiditeit). Wanneer dat het geval is, moet er gekeken worden of deze andere problematiek, zoals problemen bij de prikkelverwerking, van invloed is op de diagnostiek en behandeling. Wanneer er aan de criteria voor doorverwijzing naar de zorg (Leidraad) wordt voldaan, vult de school een leerlingdossier in waarin onder andere wordt vermeld of er sprake is van andere problematiek naast de leesproblemen. De diagnosticus bekijkt vervolgens of andere problematiek van invloed is op de diagnostiek en behandeling van de leesproblemen en of er aanspraak kan worden gemaakt op vergoede diagnostiek en/of een vergoede dyslexiebehandeling. Voor de zorg is er een richtlijn opgesteld hoe ze in dergelijke gevallen kunnen handelen (Richtlijn Comorbiditeit).

Lees meer

  1. Materialen | Leidraad vergoedingsregeling dyslexie: van onderwijs naar zorg
  2. Doen | Samenwerken bij Ernstige Enkelvoudige Dyslexie

Naar boven