FAQ | Wet- en regelgeving

1. Is er sprake van zorgplicht voor de school met betrekking tot het bieden van compenserende hulpmiddelen?

Ja, tot op een bepaalde hoogte. Wanneer een ouder of een leerling om een aanpassing (compenserend hulpmiddel) vraagt die extra gefinancierd moet worden, dan moet de school vanuit de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in ieder geval de mogelijkheid onderzoeken. Een school mag zich niet bij voorbaat al beroepen op een financiële onevenredige belasting. Maar ouders kunnen bijvoorbeeld niet van een school eisen bepaalde dyslexiesoftware aan te schaffen als de school beschikt over een goedkoper alternatief met dezelfde ondersteuningsmogelijkheden.

Op dit moment zijn er meerdere samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs die marges hanteren (‘maatwerk potje’) om een leerling de zorg te kunnen bieden die hij/zij naar de mening van onderwijs en partners nodig heeft. Als de school de gevraagde aanpassing ook na onderzoek niet blijkt te kunnen financieren, dan zal zij dat kenbaar moeten maken aan ouders en een doeltreffend alternatief moeten bieden. De school is namelijk vanuit de wet gelijk behandeling verplicht om gevraagde aanpassingen te realiseren die de belemmering van de leerling wegnemen. Er zijn echter ook een aantal eisen aan de gevraagde aanpassing: er moet sprake zijn van een expliciete vraag vanuit ouders en/of de leerling, de gevraagde aanpassing moet doeltreffend zijn en de gevraagde belemmering weg nemen, de aanpassing moet tijdig zijn aangevraagd en bijvoorbeeld niet pas aan het einde van het schooljaar als de leerling dreigt te blijven zitten.

Scholen doen er goed aan om tijdens de kaders en mogelijkheden van de ondersteuning bij dyslexie in hun dyslexiebeleid te omschrijven en dit tijdens de intake met ouders van kinderen met dyslexie te bespreken.

Lees meer

Naar boven

 

1. Is een dyslexieprotocol verplicht in het basisonderwijs?

Nee, een dyslexieprotocol is niet verplicht. Scholen zijn wel verplicht in hun schoolgids te vermelden op welke wijze de ondersteuning van leerlingen die extra ondersteuning behoeven wordt vormgegeven (Artikel 13 Wet op het primair onderwijs). Scholen en schoolbesturen hebben bovendien een zorgplicht: aan alle leerlingen die worden aangemeld of staan ingeschreven en die extra ondersteuning nodig hebben, moet een passend onderwijsaanbod worden geboden. Door als school een dyslexiebeleidsplan of een dyslexieprotocol op te stellen, geef je richting aan het handelen van leerkrachten en zorgspecialisten en de evaluatie van het handelen en het beleid . Daarnaast geeft het ouders ook inzicht in wat de school biedt voor hun zoon/dochter met dyslexie. In het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8 worden in paragraaf 7.2 adviezen gegeven voor het opstellen van een dyslexiebeleidsplan.

Naar boven

 

2. Hoe nemen we begrijpend leestoetsen (Cito) af bij leerlingen met ernstige dyslexie?

Er is een verantwoorde manier voor scholen en Inspectie om hulpmiddelen bij toetsing in te zetten. Vanuit het Masterplan Dyslexie is in samenspraak met Cito en Stichting Dyslexie Nederland (SDN) het document Toetsen van begrijpend lezen bij dyslectische leerlingen ontwikkeld om hierover meer duidelijkheid te geven.

Lees meer

Naar boven

 

3. Mag een leerling met een dyslexieverklaring gebruik maken van een tafelkaart bij de eindtoets?

Nee, doorgaans niet. Het automatiseren van de tafels is voor veel kinderen met dyslexie lastig. Toch mag de tafelkaart meestal niet gebruikt worden bij de eindtoets. Cito geeft bijvoorbeeld aan dat sommige vragen echt gaan om het uitrekenen van een som en dat deze vragen geen waarde meer hebben, wanneer er gebruik wordt gemaakt van een tafelkaart. De score op het rekenonderdeel geeft dan geen goed beeld meer van wat een kind kan. Aangezien er tegenwoordig meer toetsaanbieders zijn die de eindtoets aanbieden, kan het zijn dat een tafelkaart bij andere aanbieders wel wordt toegestaan.

Naar boven

 

4. Is er een aangepaste versie van de eindtoets beschikbaar voor leerlingen met dyslexie?

Alle toetsen die zijn toegestaan als eindtoets bieden ook aangepaste versie voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte, zoals dyslexie. Het kan per eindtoets verschillen welke aangepaste versies worden aangeboden.

Lees meer

Naar boven

 

1. Is een dyslexieprotocol verplicht in het voortgezet onderwijs?

Nee, een dyslexieprotocol is niet verplicht. Scholen zijn wel verplicht in hun schoolgids te vermelden op welke wijze de ondersteuning van leerlingen die extra ondersteuning behoeven wordt vormgegeven (Artikel 24a Wet op het voortgezet onderwijs). Scholen en schoolbesturen hebben bovendien een zorgplicht: aan alle leerlingen die worden aangemeld of staan ingeschreven en die extra ondersteuning nodig hebben, moet een passend onderwijsaanbod worden geboden. Door als school een dyslexiebeleidsplan of dyslexieprotocol op te stellen, geef je richting aan het handelen van docenten en zorgspecialisten. Dit biedt vervolgens ook mogelijkheden voor de evaluatie van het handelen en het beleid van de school op het gebied van leesproblemen en dyslexie. Daarnaast geeft het ouders ook inzicht in wat de school biedt voor hun zoon/dochter met dyslexie. In het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs worden in hoofdstuk 2 adviezen gegeven voor het opstellen van een dyslexiebeleidsplan.

Naar boven

 

2. Mogen examens worden vergroot voor leerlingen met dyslexie?

Nee, de tekst van de examens mag niet worden vergroot. Sinds 2013 is Arial puntgrootte 12 de nieuwe standaardletter voor het centraal eindexamen. Uitgangspunt is dat dit groot genoeg is voor leerlingen met een leesbeperking. De school hoeft en mag de tekst niet meer zelf vergroten. Om fraude tegen te gaan, mag de envelop met examens pas worden geopend als het examen begint.

De standaardletter(grootte) voorkomt dat door het kopiëren van examens informatie uit tabellen of verschillen in grijstinten in figuren wegvallen. Ook maakt het een einde aan het werken met onhandig grote A3-vellen.

Lees meer

Naar boven

 

3. Gelden voor leerlingen in het voortgezet onderwijs met dyslexie bij het centraal examen andere correctievoorschriften voor spelling?

Nee. Tijdens het centraal examen gelden voor alle kandidaten, dus ook de kandidaten met dyslexie, dezelfde regels voor de beoordeling van spelfouten. Bij het schoolexamen bepaalt de school zelf in welke mate spelling meeweegt bij de correctie. Ook hierbij gelden de correctievoorschriften voor álle leerlingen. Bij het centraal examen weegt spelling voor ongeveer 10% mee in het totaal aantal te behalen scorepunten voor dat examen. Een leerling kan bij het centraal examen dus nooit meer dan (ongeveer) 1 punt aftrek krijgen voor spelling.

Bij het gebruik van de spellingcontrole bij het centraal examen wordt er een onderscheid gemaakt in examens waarbij niet op spelling wordt beoordeeld en waarbij dit wel het geval is. Bij centraal examens waarbij niet op spelling wordt beoordeeld, hoeft bij alle kandidaten de spellingscontrole niet te worden uitgeschakeld. Als de computer wordt ingezet bij centrale examens waarbij de spelling wel wordt beoordeeld (Nederlands vwo, Nederlands havo, Nederlands GL/TL, Nederlands KB – papier en Nederlands BB – papier) is het gebruik van de spellingscontrole niet toegestaan. Aan kandidaten met een dyslexieverklaring (deskundigenverklaring volgens artikel 55 van het Eindexamenbesluit VO) kan het gebruik van spellingcontrole wel worden toegestaan (Computer als schrijfgerei). Alleen als de kandidaat daadwerkelijk spellingfouten maakt, worden conform het correctievoorschrift punten in mindering gebracht.

Lees meer

Naar boven

 

4. Bestaan er richtlijnen hoe er om gegaan kan worden met de beoordeling van spelfouten in het voortgezet onderwijs?

Ja. Een aangepaste spellingbeoordeling bij leerlingen met dyslexie kan op verschillende manieren worden vormgegeven. In het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs worden hier verschillende adviezen over gegeven zoals het afspreken van maximaal aantal punten dat kan worden afgetrokken voor spelling en/of het gebruik van spellingcontrole. Zie voor meer informatie o.a. pagina 68-71, 82-85, 94-95, 97-99, 107-109, 110 van het protocol.

Een school kan op basis van deze adviezen een eigen protocol maken, waarin wordt vastgelegd wat wel en niet geregeld wordt voor leerlingen met dyslexie. Hierin kunnen ook afspraken worden vastgelegd met betrekking tot omgang met spelling. Een dyslexiebeleidsplan en/of dyslexieprotocol, geeft richting aan het handelen van docenten en zorgspecialisten en biedt mogelijkheden voor de evaluatie van het handelen en het beleid. Daarnaast geeft het ouders ook inzicht in wat de school biedt voor hun kind met dyslexie. In het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs worden in hoofdstuk 2 adviezen gegeven voor het opstellen van een dyslexiebeleidsplan. In de bijlage vindt u twee voorbeelden van een dyslexieprotocol van andere scholen, die u als voorbeeld kunt raadplegen.

Lees meer

Naar boven

 

5. Moeten typische spellingfouten van leerlingen met een dyslexieverklaring voor lezen fout gerekend worden bij Nederlands en de moderne vreemde talen?

Er wordt geadviseerd om in dit geval geen faciliteiten zoals een aangepaste spellingcorrectie toe te kennen voor in ieder geval Nederlands. Het is uiteraard wel belangrijk dat deze leerlingen gericht begeleid worden bij het verbeteren en oefenen van hun spellingvaardigheid. Ook bij de moderne vreemde talen (MVT) is het belangrijk dat aandacht wordt besteed aan de spelling van woorden en woordstructuur. Om zicht te krijgen op de spellingvaardigheid bij MVT kan er gebruik worden gemaakt van spellingtoetsen voor deze talen. De spelling van Engels en Frans wordt vaak als moeilijker ervaren dan bij Nederlands en Duits. Deze talen zijn namelijk minder transparant in de klank-tekenkoppeling. Wanneer leerlingen ondanks gerichte oefening nog relatief veel spelfouten laten zien, kan samen met een gedragswetenschapper van onderzoeksbureau gekeken worden of eventuele aanpassingen voor spelling toch nodig zijn en onderbouwd kunnen worden.

Voor het schrijven van teksten is extra aandacht vereist. Sommige leerlingen moeten namelijk zoveel aandacht besteden aan de spelling van woorden waardoor ze bepaalde moeilijkere woorden vermijden en niet meer aan het echte schrijven toekomen. Dit kan hen belemmeren in de schrijfontwikkeling. Het is aan te raden om dan te onderzoeken hoe zij een passende schrijfstrategie kunnen ontwikkelen.

In het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs worden aanbevelingen gedaan voor wat er in de klas gedaan kan worden. Ook worden daarin adviezen gegeven voor de beoordeling van spelling (zie bijvoorbeeld p. 138). In het boek Toetsen en Interventies bij Dyslexie in het vo worden aanbevelingen gedaan voor zorgspecialisten in het onderwijs. Hier staat ook een overzicht van beschikbare toetsen voor o.a. de moderne vreemde talen.

Lees meer

Naar boven

 

6. Wat zijn de mogelijkheden om het centraal eindexamen mondeling te maken in plaats van schriftelijk?

Het is op dit moment alleen toegestaan om tijdens het centraal examen (CE) gebruik te maken van tekst-naar-spraak-software en niet gangbaar dat spraak-naar-tekst-software toe wordt gestaan. Als het schrijven zo’n grote belemmering vormt dat het behalen van een diploma in de weg staat, kan de school zich wenden tot het College voor Toetsen en Examens (CvTE) (beperking@cvte.nl). Het CvTE zegt hier het volgende over (Brochure kandidaten met een beperking):

“Het examen beoogt te toetsen of de kandidaat voldoet aan de exameneisen. Die exameneisen zijn bindend, als daarop een uitzondering kan worden gemaakt, moet dat expliciet in de regelgeving zijn vermeld. De wijze van examinering kan er echter toe leiden dat een kandidaat een belemmering ondervindt bij het laten zien dat hij aan de exameneisen voldoet. Die belemmering kan (moet) zo mogelijk worden weggenomen. Door extra hulpmiddelen of door aanpassingen in het examen zelf, maar met inachtneming van de exameneisen.”

Een andere mogelijkheid is om een programma met spellingcontrole als tekstverwerker te gebruiken bij het CE. Bij het CE hoeft de spellingscontrole bij leerlingen met dyslexie niet te worden uitgeschakeld. Dat zou wellicht kunnen helpen bij het schrijven op het CE. De woordvoorspeller moet wel worden uitgeschakeld.

Op andere momenten tijdens de studie zou in principe wel gebruik kunnen worden gemaakt van spraak-naar-tekst-software. Alleen wanneer het gaat om opdrachten waarbij ook op spelling wordt beoordeeld, kan de school mogelijk een bezwaar hebben tegen het gebruik van spraak-naar-tekst-software. Daar zou de school dan een afweging in moeten maken, omdat spelling natuurlijk ook een onderdeel is van het examenprogramma.

Lees meer

Naar boven

 

7. Is het verstandig om een leerling die thuis niet met compenserende software werkt, er dus geen enkele ervaring mee heeft, toetsen te laten maken met behulp van deze software?

Nee, het is niet verstandig om een leerling tijdens een toets of centraal examen voor het eerst gebruik te laten maken van bijvoorbeeld tekst-naar-spraaksoftware. Om ervaring op te doen met de functionaliteiten en voorleesstemmen is het aan te raden dat een leerling ervaring op doet met het gebruik van compenserende software, zoals tekst-naar-spraaksoftware. Dat wil niet zeggen dat het vereist is dat een leerling thuis al gebruik maakt van compenserende software voordat er op school mee gestart kan worden.

Lees meer

Naar boven

 

8. Zijn scholen verplicht om aanpassingen of vrijstellingen te verlenen aan leerlingen met dyslexie?

Ja, tot op zekere hoogte.

In tegenstelling tot wat het woordje ‘kan’ in artikel 55 van het examenbesluit doet vermoeden – De directeur kan toestaan dat een gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat – is het bieden van adequate ondersteuning voor leerlingen met dyslexie niet vrijblijvend. 'Kan' zal veeleer als 'moet' moeten worden geïnterpreteerd.

Scholen en schoolbesturen bieden leerlingen met dyslexie de basisondersteuning die zij nodig hebben om het onderwijs te kunnen volgen. Dat betekent onder meer dat de school leerlingen adequaat moet compenseren voor de gevolgen van hun dyslexie, bijvoorbeeld door het gebruik van hulpmiddelen toe te staan.

Lees meer

Naar boven