Met lezen aan de slag in cluster 4

Met lezen aan de slag in cluster 4.

Met lezen aan de slag in cluster 4 is een katern bij de protocollen leesproblemen en dyslexie. 

In dit katern wordt geadviseerd om in cluster 4 zo vroeg mogelijk te beginnen met leren lezen, rekening houdend met de gedragsproblemen. Dit om te voorkomen dat leerlingen een cognitieve achterstand oplopen die later maar heel moeilijk is in te halen. 

Het katern houdt zo veel mogelijk rekening te houden met de belemmeringen die leerlingen in cluster 4 ondervinden bij het leren. De populatie is echter dusdanig heterogeen van aard, dat alleen de meest voorkomende gedragsstoornissen zijn beschreven: ADHD, ASS, angststoornissen, ODD en CD. Het katern richt zich voornamelijk op de grootste groep leerlingen in cluster 4, namelijk de zogenaamde ZMOK-populatie. Omdat er bij het merendeel van de leerlingen sprake is van comorbiditeit, is het bijna onmogelijk om leerlingen in strikt afgebakende groepen te onderscheiden en is onderwijs op maat dus van groot belang, zonder daarmee te zeggen dat geïndividualiseerd onderwijs de oplossing is. Kinderen leren van en met elkaar, dat geldt ook in cluster 4. In het katern wordt daarom het belang van sociaal, interactief leren in het leesonderwijs benadrukt. 

Dit katern kan als naslagwerk worden gebruikt, door leerkrachten maar ook door ondersteuners en specialisten. Met behulp van de inhoudsopgave kan de lezer bepalen welke onderdelen hij wil lezen. Het katern kan door wie dat wil uiteraard ook in zijn geheel van de eerste tot de laatste bladzijde worden doorgelezen.

Dit katern is ontwikkeld in het kader van het Masterplan Dyslexie.
 

Auteurs: Hanneke Wentink & Nanda van Oorschot, M&O groep / KPC groep, 2010.