Lees- en/of spellingproblemen, dyslexie en EED

De termen lees- en/of spellingproblemen, dyslexie en ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) worden regelmatig door elkaar gebruikt, maar betekenen wel iets anders. Lees hieronder waar het verschil precies in zit.

Lees- en/of spellingproblemen

Sommige kinderen komen niet mee met klasgenoten op het gebied van lezen en spellen. Het duurt bij deze groep bijvoorbeeld langer voordat het lezen vlot en vloeiend gaat, of het kost hen meer tijd om de spellingregels goed toe te passen. Leerkrachten zullen deze problemen signaleren en er wordt dan extra ondersteuning ingezet, op ondersteuningsniveau 2. Een deel van deze leerlingen profiteert van de extra ondersteuning en loopt de achterstand (voor een groot deel) weer in. Er is dan geen sprake van dyslexie, maar van een tijdelijk probleem. 

Dyslexie

Leerlingen die ondanks extra, intensieve begeleiding geen of nauwelijks vooruitgang laten zien bij lezen en/of spellen hebben mogelijk dyslexie. 

De achterstand en hardnekkigheid van de lees- en/of spellingproblemen zijn belangrijke criteria waar naar gekeken wordt tijdens een dyslexieonderzoek. Er wordt een diagnose dyslexie gesteld wanneer kinderen een grote achterstand hebben die hardnekkig is, waarbij de lees- en/of spellingproblemen niet verklaard kunnen worden door andere factoren. Bijvoorbeeld aandacht- en concentratieproblemen, langdurende gehoorproblemen of beperkt taal-/onderwijsaanbod.

Achterstand

Bij het criterium voor achterstand wordt er gekeken of de resultaten horen bij de laagste 10% van het normgemiddelde lezen of bij de laagste 16% op lezen én de laagste 10% op het normgemiddelde spellen. Het gaat dan om een E-score (V- score) op lezen, of een E-score (V- score) op spelling en 3 keer een D/E score (V- of V score) op lezen.

Hardnekkig

Wanneer leerlingen (herhaaldelijk) bij de laagste 10% scoren moet school de leerling nog meer op maat en intensiever begeleiding bieden, op ondersteuningsniveau 3. Dit is van belang om aan te kunnen tonen dat het daadwerkelijk om een hardnekkig probleem gaat. Deze ondersteuning dient twee keer 12 weken te zijn, waarbij er tussentijds en achteraf wordt geëvalueerd wat de effecten zijn. Wanneer er dan niet tot nauwelijks vooruitgang te zien is, kan er worden gesproken van hardnekkigheid. Dit is een belangrijk kenmerk van dyslexie, wat ook terugkomt in de definitie. Het is een hardnekkig probleem, dat niet van tijdelijke aard is of met extra onderwijs vlot op te lossen is. Een kind met dyslexie kan tijdens de extra ondersteuning best vooruitgang laten zien, maar dit zal nooit een grote inhaalslag zijn. Er blijft altijd een grote achterstand bestaan op het gebied van lezen en/of spellen.

Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED)

Dyslexie is de algemene term voor ernstige lees- en/of spellingproblemen, die internationaal ook wordt gebruikt. EED (Ernstige Enkelvoudige Dyslexie) is een Nederlandse term, die vooral met regelgeving voor vergoede zorg in Nederland te maken heeft. Een specifiek deel van de leerlingen met dyslexie komt in aanmerking voor de EED-vergoedingsregeling. In het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 2.0 (PDDB 2.0, 2013) is vastgelegd wat de criteria hiervoor zijn. Zo geldt er een leeftijdsgrens: alleen kinderen tussen de 7 en 13 jaar kunnen worden aangemeld voor vergoed onderzoek en eventuele behandeling. De zorg moet aangevraagd zijn op het moment dat een leerling nog op de basisschool zit. Leerlingen in het voortgezet onderwijs komen niet voor deze regeling in aanmerking. Wanneer gesproken wordt van EED gaat het om een indicatiestelling voor vergoede zorg. Een leerling van 14 jaar kan namelijk alsnog ernstige, enkelvoudige dyslexie blijken te hebben, maar komt gezien de leeftijd niet meer voor de vergoedingsregeling in aanmerking.

Leerlingen waarbij een vermoeden van EED bestaat, komen in aanmerking voor vergoed onderzoek. School stelt een leerlingdossier samen met informatie over de leerling in het voortraject op school en de onderbouwing van de vraag voor doorverwijzing naar specialistische dyslexiezorg. Dit dossier komt dan eerst voor beoordeling bij de Poortwachter terecht. De Poortwachter is een onafhankelijke orthopedagoog/psycholoog die meestal in dienst is van de gemeente of van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs waar de school onder valt. Deze poortwachtersfunctie is ontstaan, als reactie op de (te) hoge aanmelding voor de vergoedingsregeling van leerlingen met een vermoeden van EED. Door de Poortwachter wordt er bijvoorbeeld gekeken of er op school voldoende specifieke ondersteuning aan de leerling is geboden, op ondersteuningsniveau 2 en 3.

Wanneer het dossier van een leerling ontvankelijk wordt verklaard en dus in aanmerking komt voor de vergoedingsregeling, dan wordt er door de gemeente een beschikking afgegeven. Nadat ouders deze beschikking hebben ontvangen, kunnen zij een praktijk kiezen waar het dyslexieonderzoek wordt uitgevoerd en vervolgens ook de eventuele dyslexie-behandeling zal plaatsvinden.  

Wanneer er een dyslexieonderzoek plaatsvindt, dan heeft school goed kunnen onderbouwen dat er sprake is van een hardnekkig en ernstig lees- en/of spellingprobleem. Naast dat er in het onderzoek door de specialist nog een keer naar het lees- en spellingniveau wordt gekeken, wordt er in het kader van de EED-regeling ook gekeken naar het dyslexietyperend profiel. Dit zijn factoren die te maken hebben met klanktekenkoppeling, fonologische vaardigheden en benoemsnelheid. Het zijn er in totaal zes: 

  1. de accuratesse van de klanktekenkoppeling (hoe goed kent een kind de letters en klanken);
  2. de snelheid van de klanktekenkoppeling (hoe snel herkent een kind een klank);
  3. accuratesse van de fonologische vaardigheid (hoe goed kan een kind klanken binnen een woord onderscheiden en weglaten);
  4. snelheid van de fonologische vaardigheid (hoe snel kan een kind klanken binnen een woord onderscheiden en weglaten);
  5. benoemsnelheid letters (hoe snel kan een kind reeksen met letters benoemen);
  6. benoemsnelheid cijfers (hoe snel kan een kind reeksen met cijfers benoemen).

Meestal scoren kinderen met dyslexie hier zwak op. Om in aanmerking te komen voor behandeling binnen de EED-vergoedingsregeling moet een leerling op minimaal 2 van de 6 dyslexietyperende factoren uitvallen.

Kortom

Samengevat moet aan de volgende punten worden voldaan om binnen de EED-vergoedingsregeling te vallen:

  • de leerling is 7 tot 13 jaar en zit op de basisschool; 
  • er is sprake van een grote achterstand:
    • de leerling heeft bij drie opeenvolgende toetsmomenten een E score/ V- score voor lezen (eventueel met een tussenmeting na 12 weken intensieve begeleiding); 
    • OF
    • de leerling heeft bij drie opeenvolgende toetsmomenten een E score/ V- score voor spelling en bij drie opeenvolgende toetsmomenten een D of E/V of V- score voor lezen; 
  • er is sprake van hardnekkigheid:
    • de school kan aantonen dat er voldoende extra hulp is geboden op het gebied van lezen en/of spellen; 
  • de leerling valt uit op minimaal twee van de zes dyslexietyperende factoren;
  • er zijn geen andere verklarende factoren voor de lees- en/of spellingproblemen;
  • er mag geen sprake zijn van bijkomende stoornissen, en indien er wel sprake is van comorbiditeit dient deze onder controle te zijn, zodat de aandoening of stoornis geen invloed heeft op het functioneren en presteren van de leerling.

Wel dyslexie, geen EED

Leerlingen die niet uitvallen op de dyslexietyperende factoren, maar wel een ernstig en hardnekkig lees- en/of spellingprobleem hebben kunnen wel de diagnose dyslexie krijgen, met een daarbij behorende dyslexieverklaring. Dat geldt ook voor leerlingen met bijvoorbeeld een bijkomende andere stoornis. Zij hebben echter geen recht op vergoede behandeling, omdat zij niet voldoen aan de criteria voor de vergoedingsregeling voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie zoals opgesteld in het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 2.0 (PDDB 2.0, 2013). Eventuele behandeling van deze leerlingen met dyslexie moet dan door de ouders zelf betaald worden. Ook leerlingen op het voortgezet onderwijs vallen buiten deze regeling, terwijl er wel dyslexie vastgesteld kan worden bij deze leerlingen. De kosten voor zowel het onderzoek als de behandeling zijn bij leerlingen in het voortgezet onderwijs voor rekening van de ouders.

Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (PDD&B)

In 2013 is de herziene versie verschenen van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling voor EED. De eerste versie van Blomert, uit 2006, werd herzien door het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en kreeg de naam: Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling 2.0. Dit document dient als leidraad binnen de dyslexiezorg voor diagnostiek, indicatie en behandeling met betrekking tot leerlingen met EED dyslexie.

Op basis van wetenschappelijke inzichten wordt de zorg voor leerlingen met dyslexie beschreven, en hoe zowel onderzoek als behandeling bij dyslexie zo optimaal mogelijk vorm gegeven kan worden. Veel zorgaanbieders zijn aangesloten bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut voor Dyslexie (NKD). Voor het leveren van vergoede dyslexiezorg bij EED is het volgen van het protocol en het hebben van het kwaliteitskeurmerk van het NKD een vereiste. 

Herziening

Inmiddels is ook deze tweede versie van het Protocol toe aan een herziening. In 2019 en 2020 wordt ook gewerkt aan de ontwikkeling van een Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie bedoeld voor het handelen van professionals die werkzaam zijn in de dyslexiezorg of in het onderwijs (onderwijszorgprofessionals). Deze Richtlijn zal gelden voor alle typen dyslexie en is niet beperkt tot de aanpak van leerlingen in de basisschoolleeftijd met EED.