Oorzaken

Er bestaat een brede consensus over het fonologisch tekort dat ten grondslag zou liggen aan dyslexie. Hoewel deze ‘fonologisch tekort theorie’ een deel van dyslexie kan verklaren, kan het niet alle symptomen verklaren. De oorzaak van dyslexie is complexer, waarbij verschillende factoren zoals aanleg, cognitieve processen en omgeving, allemaal een rol spelen en op elkaar inwerken.  

Hieronder lees je meer over de fonologisch tekort theorie en worden de andere factoren kort toegelicht. Kijk voor een uitgebreidere beschrijving in het Protocol dyslexie voortgezet onderwijs

Fonologisch tekort theorie

Binnen de fonologisch tekort theorie wordt ervan uitgegaan dat er bij mensen met dyslexie problemen zijn in de fonologische verwerking. Met andere woorden, mensen met dyslexie hebben moeite met het verwerken van de klanken in een taal. Deze fonologische verwerking bestaat uit verschillende facetten: fonologisch bewustzijn, fonologische verwerking in het werkgeheugen en de toegankelijkheid van taalkennis (benoemsnelheid). 

Fonologisch bewustzijn

Tekorten in het fonologisch bewustzijn uiten zich in het niet snel kunnen analyseren en herkennen van de klankstructuur in woorden. Het kunnen samenvoegen van losse klanken tot een woord is hier een voorbeeld van. Denk maar aan het samenvoegen van de klanken /b/-/oe/- /k/ tot het woord ‘boek’. 

Fonologische verwerking in het werkgeheugen

Problemen met de fonologische verwerking in het werkgeheugen leiden tot het niet goed opslaan van klankcodes in het geheugen. Deze tekorten uiten zich bijvoorbeeld in problemen met nazeggen van niet bestaande en onbekende woorden, cijferreeksen en zinnen. 

Toegankelijkheid van taalkennis

Hierbij gaat het om de mate waarin iemand vlot namen kan geven aan plaatjes, letters of cijfers. Dit wordt ook wel benoemsnelheid genoemd. Het gaat dan om kennis die al bekend is (bijvoorbeeld de getallen 1 t/m 10 of plaatjes van bekende voorwerpen), waarvoor de woorden bij mensen zonder dyslexie vlot en gemakkelijk uit het geheugen opgehaald kunnen worden. Bij mensen met dyslexie kost dit echter meer moeite en tijd. Op latere leeftijd kan dit zich uiten in woordvindingsproblemen: bij het geven van een antwoord op een vraag duurt het langer om de juiste woorden te vinden.

Neurologische component

Dyslexie heeft daarnaast een neurologische basis. Dit houdt in dat afwijkingen in de hersenen leiden tot verstoringen in het opnemen van talige informatie. Het gaat dan vooral om de verwerking van klanken en letters, dat zich uit in moeite met lezen en spellen. Bij mensen met dyslexie verloopt de informatieverwerking bij lezen en/of leesgerelateerde taken anders.

Erfelijke aanleg speelt ook een rol bij dyslexie. Dyslexie komt in sommige families veel voor. Bij de overerving zijn verschillende genen betrokken. Als een kind een ouder heeft met dyslexie, dan is er sprake van een verhoogd risico. In ongeveer 40 procent van de gevallen heeft een kind dan ook aanleg voor dyslexie. 

Misvattingen en dwaalwegen

Een aantal oorzaken of aanpakken van dyslexie die vaak boven komen drijven op internet, is niet goed onderbouwd of er is geen onderzoek naar gedaan. Het gaat dan om de volgende termen:

  • Beelddenken - het denken in beelden in plaats van talige informatie. Dit zou het leren zien en gebruiken van letters en woordbeelden belemmeren. Alle mensen, met of zonder dyslexie, kunnen echter denken in beelden, en dit is geen oorzaak voor dyslexie. 
  • Afwijkende oogbewegingen en fixatie disparatie - bij mensen met dyslexie blijkt dat ze andere oogbewegingen maken tijdens het lezen dan mensen zonder dyslexie. Dit is echter een gevolg van dyslexie en niet een oorzaak.
  • Samenhang met sensomotorische vaardigheden en edukinesiologie - hierbij wordt er uitgegaan van een verminderde samenwerking tussen bepaalde hersengebieden, hier is echter geen wetenschappelijk bewijs voor. Ook therapie gebaseerd op edukinesiologie is niet effectief bewezen.
  • Breinstimulerende methodieken - hoewel uit onderzoek blijkt dat hersenen van mensen met dyslexie inderdaad anders werken dan hersenen van mensen zonder dyslexie, is de effectiviteit van het gericht trainen van bepaalde hersengebieden niet aangetoond.
  • Schrijven in spiegelbeeld - veel kleuters schrijven in spiegelbeeld, maar dit verdwijnt vaak vanzelf als ze leeservaring op hebben gedaan. 
  • Medicijnen en voedingssupplementen - het gaat dan bijvoorbeeld om Piracetam of visolie, van beide is de positieve uitwerking bij dyslexie niet aangetoond.

Lees de uitgebreide beschrijving bij elke dwaalweg in Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs.